Milieudefensie
zondag 14 maart 2010
 
U bent hier: Home > Publicaties > Magazine > 1998 > September > Een rebel op milieu
Klimaatblog
 
 
Archived content

Een rebel op milieu

Pronk op milieu, het is nog even wennen. Slaagt hij erin het ingezakte milieudebat een nieuwe dimensie te geven?

Han van de Wiel

Is Jan Pronk de milieuminister die dit land nodig heeft? Onder Hans Alders verzandde het milieudebat in technocratisch gekissebis over het derde cijfer achter de komma. Margreet de Boer kondigde bij haar aantreden aan vooral het bestaande beleid te gaan uitvoeren. Voor een prikkelende visie waren we bij haar aan het verkeerde adres. Na een kundige dossiervreter en een kleurloze bestuurder zit er nu een politicus en ideoloog op Milieu.
In zijn eerste interview als milieuminister gaf Pronk alvast zijn nieuwe visitekaartje af. Hij vond zichzelf geen milieudeskundige of een uitvoerder van allerlei regeltjes en beslissinkjes, zei hij tegen Het Parool. "Wel heb ik een verhaal te vertellen over de aanverwante vraagstukken aangaande de kwaliteit van de samenleving, van de leefbaarheid. Ik zal het milieubeleid dus in een politieker verhaal verpakken. Milieu is meer dan milieu in engere zin, is meer dan wat de milieubeweging eronder verstaat."
Zijn affiniteit met milieukwesties staat buiten kijf. Hij maakte begin jaren zeventig deel uit van de Commissie-Mansholt, die een progressief Nederlands antwoord moest geven op het Rapport aan de Club van Rome. De conclusies van de commissie logen er niet om: alles moest anders. Met name de vanzelfsprekendheid van economische groei werd zwaar bekritiseerd. Pronk drukte als een van de secretarissen een zwaar stempel op het rapport.
De betrokkenheid met milieu bleef. Bram van Ojik, directeur voorlichting van Ontwikkelingssamenwerking, herinnert zich het eendrachtige optreden van Pronk en Alders tijdens de UNCED-conferentie in Rio de Janeiro (1992) over milieu en ontwikkeling. "Ze speelden een leidende en bemiddelende rol." "Het duurzaamheidsdenken past uitstekend in de filosofie van Pronk", zegt Stan Termeer, hoofdredacteur van OnzeWereld. "Hij is een echte leerling van Tinbergen: het Noorden moet terug zodat het Zuiden kansen krijgt."
In het eerste kabinet-Kok was Pronk de enige die milieuminister De Boer door dik en dun steunde in hoog oplopende kwesties als Schiphol.
In het boek 'Jan Pronk. Rebel met een missie', van de journalisten Brandsma en Klein uitte Pronk gepeperde kritiek op het eerste kabinet- Kok: "Een van de problemen, misschien wel het èchte conflict van deze tijd, is de afweging tussen economie en ecologie. Je ziet nu dat iedere keer weer ten koste van het milieu wordt besloten. Dat heeft te maken met de doelstelling van 'werk, werk en nog eens werk' en met het idee dat versterking van de samenleving nodig is om meer middelen voor een beter milieubeleid vrij te maken. Je kunt het vergelijken met de gedachte die we vroeger hadden, namelijk dat grotere economische groei nodig was om armoede te bestrijden, om de inkomensverdeling gelijker te maken. Maar zo werkt het niet." Woorden die de milieubeweging als muziek in de oren zullen klinken.

Al twee keer eerder was Pronk kandidaat-minister voor milieu. Bij de formatie van 1989, het derde kabinet-Lubbers, wilde Pronk de post Ontwikkelingssamenwerking. Dat vond hij de interessantste portefeuille die de PvdA bij de formatie had weten te bemachtigen, maar Evelien Herfkens gooide hogere ogen, ondermeer omdat de PvdA een behoorlijk aantal vrouwen in het kabinet wilde. Minister van Defensie wilde Pronk niet worden. Tijdens de laatste week van de formatie werd Pronk bij Kok ontboden. Of hij minister van Milieu wilde worden. In 'Rebel met een missie' schrijven Brandsma en Klein: "Hij stemde in, na een lichte aarzeling, met het aanbod van Kok vanuit de gedachte dat er ook op milieugebied 'socialistisch' beleid te voeren moest zijn. Pronk: 'Na het gesprek met Kok liep ik naar het gebouw van de Tweede Kamer omdat ik van negen tot één uur een vergadering van de commissie voor Economische Zaken moest voorzitten. Ik dacht vooral veel aan die nieuwe baan, minister van Milieu, en zat de vergadering routineus voor. Ik begon mijn nieuwe post steeds leuker te vinden, steeds interessanter. Na de vergadering hoorde ik dat ik weer bij Kok moest komen. Hij bood zijn excuses aan omdat het weer allemaal anders was gelopen. Kok zei tegen me: "Het enige wat ik je nog kan aanbieden is Ontwikkelingssamenwerking." Hij kon me geen groter plezier doen, maar ja, het was in zijn ogen "maar" Ontwikkelingssamenwerking.'"
Tijdens de formatie van het eerste kabinet-Kok, in de zomer van 1994, is Pronk onder andere de post van Milieu aangeboden maar bleef hij halsstarrig vasthouden aan Ontwikkelingssamenwerking.
Een halfjaar geleden circuleerde een hardnekkig gerucht in de milieubeweging dat in een nieuw kabinet de minister De Boer en Pronk van departement zouden wisselen. De Groene Amsterdammer confronteerde Pronk hiermee in maart dit jaar. Hij antwoordde toen afgemeten: "Niet mijn eerste voorkeur. Mijn deskundigheden liggen toch ergens anders." Een zoveelste ministerschap op Ontwikkelingssamenwerking sloot Pronk zelf uit. Hij heeft er nooit een geheim van gemaakt liever minister van buitenlandse Zaken te zijn geworden, maar in de politiek worden geen liever-koekjes gebakken: die post ging naar de VVD. Vrom vond hij, van wat er toen overbleef "onmiskenbaar het beste alternatief voor mij."
Kok kan moeilijk om Pronk heen omdat hij ongelooflijk populair is in de partij. Hoewel hij slechts zevende op de kandidatenlijst voor de Tweede- Kamerverkiezingen stond - tot zijn grote ergernis - kreeg hij 40 duizend voorkeurstemmen, goed voor twee Kamerzetels. "Hij is het troetelkindje van links", zegt Stan Termeer, hoofdredacteur van OnzeWereld. "Men valt voor het grote verhaal dat hij heeft."

Dat grote verhaal is hard nodig om het milieudebat een stevige impuls te geven. Nou ja, debat: wie het regeerakkoord leest kan niet anders dan concluderen dat milieu nog steeds uit is. Van Pronk mag worden verwacht dat hij de discussie over consumptiepatronen aanzwengelt, zegt Termeer. Maar Termeer is bang dat Pronk "een politiek-ideologisch nummer van het milieudebat gaat maken. Terwijl het milieubeleid in een praktische fase zit en je moet vechten voor elke millimeter winst."
Van Ojik denkt dat Pronk zich zal werpen op 'conceptuele vraagstukken' als de relatie tussen economische groei en duurzame ontwikkeling, de groeiende mobiliteit, het energievraagstuk. "En hij zal zeker het cultuurdebat aangaan." Pronk zelf heeft aangekondigd de ideologische tegenstellingen te willen verduidelijken.
De vraag rest of Pronk uit de voeten kan met het huidige regeerakkoord, dat volgens Margreet de Boer niet groen genoeg is. Die twijfel was ook de teneur van een persverklaring die Milieudefensie deed uitgaan na het bekend worden van de benoeming: "Pronk is een doorzetter die z'n nek durft uit te steken. Toch is het afwachten hoe hij het er vanaf brengt in de heikele discussies rond de uitbreiding van Schiphol, de aanleg van de Tweede Maasvlakte en al die andere plannen voor meer asfalt en beton. De standpunten die het kabinet hierover inneemt in het regeerakkoord stemmen nu niet direct vrolijk."

Van de voormalige minister De Boer is bekend dat ze door haar ambtenaren werd afgeschermd van de buitenwereld. Pronk laat zich niet afschermen. Zal dat uitmonden in een vruchtbare samenwerking met de milieubeweging? Pronk kent maar weinig sparring partners van gelijk niveau. Op Ontwikkelingssamenwerking was hij tegelijkertijd bedenker, uitvoerder èn belangrijkste criticaster van het beleid en hij stak met kop en schouders boven anderen uit. "Hij denkt de waarheid in pacht te hebben", zegt Joyce Kortlandt van Inzet, de vereniging voor Noord-Zuidcampagnes. "Als je het niet met hem eens bent laat hij zich niet overtuigen. Hij staat niet open voor kritiek."

Document acties
  • Delen |
 
steun Milieudefensie Vrijwilliger Milieudefensie
Magazine