Een rebel op milieu
Han van de Wiel
Is Jan Pronk de milieuminister die dit land nodig heeft? Onder
Hans Alders verzandde het milieudebat in technocratisch gekissebis
over het derde cijfer achter de komma. Margreet de Boer kondigde
bij haar aantreden aan vooral het bestaande beleid te gaan
uitvoeren. Voor een prikkelende visie waren we bij haar aan het
verkeerde adres. Na een kundige dossiervreter en een kleurloze
bestuurder zit er nu een politicus en ideoloog op Milieu.
In zijn eerste interview als milieuminister gaf Pronk alvast zijn
nieuwe visitekaartje af. Hij vond zichzelf geen milieudeskundige of
een uitvoerder van allerlei regeltjes en beslissinkjes, zei hij
tegen Het Parool. "Wel heb ik een verhaal te vertellen over de
aanverwante vraagstukken aangaande de kwaliteit van de samenleving,
van de leefbaarheid. Ik zal het milieubeleid dus in een politieker
verhaal verpakken. Milieu is meer dan milieu in engere zin, is meer
dan wat de milieubeweging eronder verstaat."
Zijn affiniteit met milieukwesties staat buiten kijf. Hij maakte
begin jaren zeventig deel uit van de Commissie-Mansholt, die een
progressief Nederlands antwoord moest geven op het Rapport aan de
Club van Rome. De conclusies van de commissie logen er niet om:
alles moest anders. Met name de vanzelfsprekendheid van economische
groei werd zwaar bekritiseerd. Pronk drukte als een van de
secretarissen een zwaar stempel op het rapport.
De betrokkenheid met milieu bleef. Bram van Ojik, directeur
voorlichting van Ontwikkelingssamenwerking, herinnert zich het
eendrachtige optreden van Pronk en Alders tijdens de UNCED-conferentie in Rio de Janeiro (1992) over
milieu en ontwikkeling. "Ze speelden een leidende en bemiddelende
rol." "Het duurzaamheidsdenken past uitstekend in de filosofie van
Pronk", zegt Stan Termeer, hoofdredacteur van OnzeWereld. "Hij is
een echte leerling van Tinbergen: het Noorden moet terug zodat het
Zuiden kansen krijgt."
In het eerste kabinet-Kok was Pronk de enige die milieuminister De
Boer door dik en dun steunde in hoog oplopende kwesties als
Schiphol.
In het boek 'Jan Pronk. Rebel met een missie', van de journalisten
Brandsma en Klein uitte Pronk gepeperde kritiek op het eerste
kabinet- Kok: "Een van de problemen, misschien wel het èchte
conflict van deze tijd, is de afweging tussen economie en ecologie.
Je ziet nu dat iedere keer weer ten koste van het milieu wordt
besloten. Dat heeft te maken met de doelstelling van 'werk, werk en
nog eens werk' en met het idee dat versterking van de samenleving
nodig is om meer middelen voor een beter milieubeleid vrij te
maken. Je kunt het vergelijken met de gedachte die we vroeger
hadden, namelijk dat grotere economische groei nodig was om armoede
te bestrijden, om de inkomensverdeling gelijker te maken. Maar zo
werkt het niet." Woorden die de milieubeweging als muziek in de
oren zullen klinken.
Al twee keer eerder was Pronk kandidaat-minister voor milieu.
Bij de formatie van 1989, het derde kabinet-Lubbers, wilde Pronk de
post Ontwikkelingssamenwerking. Dat vond hij de interessantste
portefeuille die de PvdA bij de formatie had weten te bemachtigen,
maar Evelien Herfkens gooide hogere ogen, ondermeer omdat de PvdA
een behoorlijk aantal vrouwen in het kabinet wilde. Minister van
Defensie wilde Pronk niet worden. Tijdens de laatste week van de
formatie werd Pronk bij Kok ontboden. Of hij minister van Milieu
wilde worden. In 'Rebel met een missie' schrijven Brandsma en
Klein: "Hij stemde in, na een lichte aarzeling, met het aanbod van
Kok vanuit de gedachte dat er ook op milieugebied 'socialistisch'
beleid te voeren moest zijn. Pronk: 'Na het gesprek met Kok liep ik
naar het gebouw van de Tweede Kamer omdat ik van negen tot
één uur een vergadering van de commissie voor
Economische Zaken moest voorzitten. Ik dacht vooral veel aan die
nieuwe baan, minister van Milieu, en zat de vergadering routineus
voor. Ik begon mijn nieuwe post steeds leuker te vinden, steeds
interessanter. Na de vergadering hoorde ik dat ik weer bij Kok
moest komen. Hij bood zijn excuses aan omdat het weer allemaal
anders was gelopen. Kok zei tegen me: "Het enige wat ik je nog kan
aanbieden is Ontwikkelingssamenwerking." Hij kon me geen groter
plezier doen, maar ja, het was in zijn ogen "maar"
Ontwikkelingssamenwerking.'"
Tijdens de formatie van het eerste kabinet-Kok, in de zomer van
1994, is Pronk onder andere de post van Milieu aangeboden maar
bleef hij halsstarrig vasthouden aan Ontwikkelingssamenwerking.
Een halfjaar geleden circuleerde een hardnekkig gerucht in de
milieubeweging dat in een nieuw kabinet de minister De Boer en
Pronk van departement zouden wisselen. De Groene Amsterdammer
confronteerde Pronk hiermee in maart dit jaar. Hij antwoordde toen
afgemeten: "Niet mijn eerste voorkeur. Mijn deskundigheden liggen
toch ergens anders." Een zoveelste ministerschap op
Ontwikkelingssamenwerking sloot Pronk zelf uit. Hij heeft er nooit
een geheim van gemaakt liever minister van buitenlandse Zaken te
zijn geworden, maar in de politiek worden geen liever-koekjes
gebakken: die post ging naar de VVD.
Vrom vond hij, van wat er toen overbleef "onmiskenbaar het beste
alternatief voor mij."
Kok kan moeilijk om Pronk heen omdat hij ongelooflijk populair is
in de partij. Hoewel hij slechts zevende op de kandidatenlijst voor
de Tweede- Kamerverkiezingen stond - tot zijn grote ergernis -
kreeg hij 40 duizend voorkeurstemmen, goed voor twee Kamerzetels.
"Hij is het troetelkindje van links", zegt Stan Termeer,
hoofdredacteur van OnzeWereld. "Men valt voor het grote verhaal dat
hij heeft."
Dat grote verhaal is hard nodig om het milieudebat een stevige
impuls te geven. Nou ja, debat: wie het regeerakkoord leest kan
niet anders dan concluderen dat milieu nog steeds uit is. Van Pronk
mag worden verwacht dat hij de discussie over consumptiepatronen
aanzwengelt, zegt Termeer. Maar Termeer is bang dat Pronk "een
politiek-ideologisch nummer van het milieudebat gaat maken. Terwijl
het milieubeleid in een praktische fase zit en je moet vechten voor
elke millimeter winst."
Van Ojik denkt dat Pronk zich zal werpen op 'conceptuele
vraagstukken' als de relatie tussen economische groei en duurzame
ontwikkeling, de groeiende mobiliteit, het energievraagstuk. "En
hij zal zeker het cultuurdebat aangaan." Pronk zelf heeft
aangekondigd de ideologische tegenstellingen te willen
verduidelijken.
De vraag rest of Pronk uit de voeten kan met het huidige
regeerakkoord, dat volgens Margreet de Boer niet groen genoeg is.
Die twijfel was ook de teneur van een persverklaring die
Milieudefensie deed uitgaan na het bekend worden van de benoeming:
"Pronk is een doorzetter die z'n nek durft uit te steken. Toch is
het afwachten hoe hij het er vanaf brengt in de heikele discussies
rond de uitbreiding van Schiphol, de aanleg van de Tweede
Maasvlakte en al die andere plannen voor meer asfalt en beton. De
standpunten die het kabinet hierover inneemt in het regeerakkoord
stemmen nu niet direct vrolijk."
Van de voormalige minister De Boer is bekend dat ze door haar ambtenaren werd afgeschermd van de buitenwereld. Pronk laat zich niet afschermen. Zal dat uitmonden in een vruchtbare samenwerking met de milieubeweging? Pronk kent maar weinig sparring partners van gelijk niveau. Op Ontwikkelingssamenwerking was hij tegelijkertijd bedenker, uitvoerder èn belangrijkste criticaster van het beleid en hij stak met kop en schouders boven anderen uit. "Hij denkt de waarheid in pacht te hebben", zegt Joyce Kortlandt van Inzet, de vereniging voor Noord-Zuidcampagnes. "Als je het niet met hem eens bent laat hij zich niet overtuigen. Hij staat niet open voor kritiek."

