Markermeer of Markerwaard
Het hele gebied hangt vol met posters en vlaggetjes 'Vlieg op, Geen vliegveld in het IJsselmeer'
Komt de nationale luchthaven er, liggen er straks bollenvelden en woonwijken in of wordt het Markermeer een archipel van plasgebieden alleen toegankelijk per catamaran? Zo open als het Markermeer is het debat over de toekomst van deze ingedamde binnenzee.Michiel Bussink
freelance journalist
Wie na de hectiek van Amsterdam onder de Schellingwouderbrug
door fietst wordt overvallen door de wijdsheid van het water dat
blikkert in het zonlicht. 'Dus dit is Holland' lijken de toeristen
te denken die even verderop bij Durgerdam van hun huurfiets stappen
om over het water te turen. Ja, het IJmeer, de zuidelijke punt van
het Markermeer, om precies te zijn. Dat dat nog steeds een meer is
en geen waard, wordt gezien als een van de successen van
vijfentwintig jaar milieubeweging. Maar zo open als het Markermeer
is ook weer het debat over de toekomst van deze ingedamde
binnenzee.
De aanleg van een veilige luchthaven in het Markermeer is niet
mogelijk, onthulde Rijkswaterstaat onlangs. Zes provincies,
Flevoland voorop, ijveren er niet minder om: een tweede nationale
luchthaven in de Markerwaard vergroot immers de werkgelegenheid in
het gebied. De Vereniging Vrienden van de Markerwaard presenteerde
haar plannen voor de aanleg van de vijfde Zuiderzeepolder. De
milieubeweging vindt ditmaal in haar verzet een machtige bondgenoot
in de waterrecreatie-sector, de HISWA-vereniging. Die heeft het hele
IJsselmeergebied voorzien van stickers, posters en vlaggen met
daarop een vliegtuig dat een traditioneel charterschip doorboort en
de tekst 'Vlieg op - geen vliegveld in het IJsselmeer!'. Maar stel
dat het Markermeer open blijft, hoe moet het Markermeer er dan uit
zien? De Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer (VBIJ) rolt over straat met een van haar oprichters,
Wouter van Dieren, die daar zo zijn eigen ideeën over
heeft.
Daar waar het IJmeer echt Markermeer wordt, ligt het
gedeeltelijk buitendijkse natuurgebied IJdoorn, beheerd door de
Vereniging Natuurmonumenten. Een groep scouts sjeest joelend het
gebied in. Natuurmonumenten houdt er open dag. Excursies, vliegeren
voor de kinderen en koffie van de haringtent. Paul Hulzink,
districtsbeheerder Noord- Holland: "Het weidelandschap van IJdoorn
staat af en toe onder water waardoor je heel bijzondere fauna
krijgt: kemphanen, zonnetaling, watersnip en slobeenden."
"Schandelijk", vindt Hulzink de discussie over alsnog inpolderen
van het Markermeer. "Het kan niet, het is aangemerkt als kerngebied
van de Ecologische Hoofdstructuur. Je hebt een principe of niet",
zegt hij, wetende dat dat principe bij IJburg niet de doorslag
gaf.
Net als bij discussies van de afgelopen decennia wordt nog maar
weer eens voor het voetlicht gebracht dat het Markermeer een van de
grootste zoetwatermeren van West-Europa is en daarom volgens
natuurminnaars in ecologisch opzicht uniek. Het is een belangrijke
schakel in de trekroutes van groepen watervogels zoals eenden,
sterns, futen en zwanen en vormt ook voor fauna in de
Oostvaardersplassen en het Naardermeer een belangrijke
verbindingszone.
"Het Markermeer bestaat niet, wij hebben het over 'het Zuidelijke
IJsselmeer'", zegt Martijn Greinder van de VBIJ voordat hij uitlegt dat 'het Zuidelijke
IJsselmeer' een 'wetland' is. "De officiële toekenning van de
status van 'wetland' zou betekenen dat er geen ingrepen mogen
plaatsvinden die bedreigend zijn voor flora en fauna, net als bij
de Waddenzee." Omdat de regering de optie van inpoldering wil
openhouden, maakt ze zich volgens Greinder niet hard voor die
status.
De huidige kaart van het IJsselmeer ziet er voor een groot deel
uit zoals Cornelis Lely zich die in 1891 voorstelde: met de
Afsluitdijk, de Wieringermeerpolder, de Noordoostpolder en
Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. Alleen de Markerwaard is nog
steeds niet volgens Lely's plan ingekleurd.
Onder minister Smit-Kroes werd in de jaren tachtig eerst wel
besloten tot inpoldering, vervolgens alleen bij private
financiering "en toen kwam er in 1990 weer een nieuwe mevrouw
(Maij-Weggen, MB) en die zei 'Ammenooitniet'", zegt Hans Betzema
van de Vereniging Vrienden van de Markerwaard (VVM). De VVM maakte een
glossy brochure: 'De Markerwaard - de vergeten optie,' en bood deze
aan de volgende mevrouw op Verkeer en Waterstaat, Jorritsma aan.
Net als premier Kok gaf ze te kennen wel iets in de Markerwaard als
plek voor de tweede nationale luchthaven te zien.
Maar de Markerwaard is niet alleen de panacee voor het uit haar
voegen groeiende Schiphol, benadrukt Betzema. "Als je het Groene
Hart open wilt houden moet je nu iets doen. Dat kan goedkoop in het
Markermeer, de dijk ligt er al. En bij de hyacintenteelt bij
Enkhuizen is nu veel chemische ontsmetting nodig." Door de teelt
van hyacinten af te wisselen met braakleggen of teelt van andere
gewassen zijn minder ontsmettingsmiddelen nodig en kan de teelt dus
veel milieuvriendelijker worden. "Maar dan hebben de bollentelers
wel meer land nodig."
Bovenal is de Markerwaard een uitgelezen kans voor meer natuur,
volgens de VVM. Maar liefst tienduizend
hectare natuur wil ze in de polder aanleggen "want een ree redt
zich nu eenmaal niet in twee hectare", zegt Betzema. "Greinder van
de VBIJ reageert geïrriteerd.
"Waarom ga je natuur creëren als er al natuur is? Die open
watervlakte is juist de kracht van het gebied."
Wie vanaf IJdoorn fietst richting Marken, ziet links de koeien
grazen en rechts de koetjes dobberen. Aan de horizon ligt een woud
van zeilen, die helwit oplichten zodra ze het zonlicht opvangen dat
tussen de wolken doorschiet. Bij de Gouwzee kun je links naar
Monnickendam of rechts naar Marken. Bussen vol toeristen worden
aan- en afgevoerd over de dijk naar dit dorpje van groene houten
huisjes met oranje daken en witte daklijsten.
Vlieg op! In de kiosk op de Markense havenkade valt tussen
delftsblauwe handdoeken, miniatuur scheepjes en zeemanspetten de
HISWA-poster te ontwaren. Maar de
bruingebrande mijnheer Span uit Krommenie die met zijn zeilbootje
ligt aangemeerd denkt genuanceerd over inpoldering. "Het zou jammer
zijn als er minder water overblijft om te zeilen, maar ik gun jonge
mensen ook hun nieuwe huis."
"Welke debiel gaat er nu bij een vliegveld wonen?!", reageert
Gomes, de havenmeester van Marken. "Bij mijn schoonmoeder in
Buitenveldert in de tuin zit ik soms al te trillen. Inpoldering is
van de gekke."
Moolhuizen, inwoner van Marken, kijkt uit over de haven. "Het is
hartstikke mooi om met een tjalk of een botter verschillende
plaatsen vanaf het water aan te doen. Het is heerlijk een lekkere
paling of baars te eten. Een vliegveld doen ze maar ergens anders.
Waarom moeten mensen naar het buitenland vliegen? Ze moeten gewoon
een boot huren, niet duur, hartstikke mooi."
Jaarlijks bezoeken zo'n 180 duizend zeilers het Markermeer en
daarnaast gebruiken nog vele zwemmers, vissers en kanoërs de
waterplas; in totaal zo'n half miljoen mensen per jaar. En die
brengen ook heel wat geld in het laatje. Vandaar dat de
HISWA-vereniging zo fel gekant is tegen
de Markerwaard, zeker met een vliegveld. Weliswaar stelt de
provincie Flevoland voor om niet het hele meer in te polderen,
"maar er blijft gewoon te weinig water over", aldus Reinier
Steensma van de HISWA.
Om sterker te staan heeft de vereniging samenwerking met natuur- en
milieuorganisaties gezocht. Kees Kodde is door de milieufederaties
Flevoland en Noord-Holland en de Stichting Duinbehoud aangesteld om
er voor te zorgen dat er noch in de Markerwaard noch in de Noordzee
een vliegveld komt. Kodde vermoedt dat de Maasvlakte snel zal
afvallen vanwege veiligheidsredenen en omdat de KLM die locatie onpraktisch vindt. "Daarna zal het
Markermeer prominent naar voren komen in de discussie: het
Markermeer is drie meter diep, de Noordzee dertig, de aanleg van
een vliegveld in de Markerwaard is veel goedkoper."
De milieufederaties hebben samen met de VBIJ en de HISWA-vereniging een petitie opgesteld - Geen
vliegveld in het IJsselmeer! - die door maatschappelijke
organisaties, maar vooral ook gemeenten, ondertekend moet gaan
worden. Volendam-Edam wordt een van de eerste gemeenten die dat
doet. Burgemeester Frank van IJsselmuiden (CDA) is een fervent tegenstander van Markerwaard.
"Het zou de doodsteek voor Volendam betekenen", volgens de
burgemeester.
Zijn collegabestuurders aan de ander kant van het Markermeer denken
er anders over. Lelystad wil dolgraag een nationale luchthaven:
voor de werkgelegenheid en om van uithoek tot centrum van Nederland
te worden. Op het provinciehuis worden driftig allerlei
plattegronden getekend, maar de provincie Flevoland wil geen tekst
en uitleg geven.
Een eindje landinwaarts van 'Het Paard', de antieke vuurtoren op
het uiterste puntje van Marken, verzorgt Piet Dorland zijn schapen.
Geboren en getogen op het eiland en al weer een flinke tijd
gepensioneerd. Veel van huis was hij vroeger, want hij heeft in de
baggerwerken gezeten: meegeholpen met de inpoldering van Oostelijk
en Zuidelijk Flevoland. "Dat was mooi werk, aan- en afvoeren van
zand." Maar nu is het genoeg geweest met de inpolderingen. Hij
hoeft geen denderende vliegtuigen boven zijn hoofd. "En weet je wat
het is? Er wordt hier niet veel gestolen, omdat er maar
één weg terug is." Bij demping van het meer lopen er
vele wegen van Marken.
Kees Kodde denkt dat Dorland niet bang hoeft te zijn voor zijn
spulletjes: "De Markerwaard komt er uiteindelijk niet omdat het
verzet tegen een luchthaven te sterk zal zijn. Amsterdam wil niet
worden ingesloten door twee vliegvelden en helemaal overhevelen van
het vliegveld naar de polder is te duur: er is heel veel in
Schiphol geïnvesteerd, terwijl de economische toekomst van de
luchtvaart onzeker is."
Voor het geval Kodde gelijk krijgt bedacht Wouter van Dieren zijn
alternatieve plan voor het Markermeer: een archipel van
plasgebieden met opgespoten wetlands en rietlanden met woonwijken,
alleen toegankelijk over bruggetjes of per catamaran. "Ecologisch
is het gebied nu helemaal niet zo interessant", legt hij uit. "Er
zijn weliswaar veel vogels, maar veel van dezelfde soort. Barse
basaltdijken vormen nu de harde grenzen van een tobbe met water,
terwijl ecologische diversiteit juist ontstaat in geleidelijke
overgangsgebieden."
De VBIJ reageerde kregelig op de
ideeën van haar oprichter: 'geprogrammeerde kneuterigheid',
'veel bombarie', 'het IJsselmeer is mooi zo als het is!' Volgens
van Dieren moet de VBIJ eens ophouden
met het reflexmatig 'Nee' roepen en een samenhangende
ecologisch-planologische visie als uitgangspunt nemen. Hij verwacht
dat zijn ideeën ooit nog wel eens zullen worden gerealiseerd.
Zonder vliegveld, dat zeker: "Een tweede Schiphol is al van de
baan, heb ik uit inside information vernomen."

