Milieudefensie
vrijdag 12 maart 2010
 
U bent hier: Home > Publicaties > Magazine > 1997 > Oktober > Markermeer of Markerwaa...
Klimaatblog
 
 
Archived content

Markermeer of Markerwaard

"Welke debiel gaat er nu bij een vliegveld wonen?"

Het hele gebied hangt vol met posters en vlaggetjes 'Vlieg op, Geen vliegveld in het IJsselmeer'

Komt de nationale luchthaven er, liggen er straks bollenvelden en woonwijken in of wordt het Markermeer een archipel van plasgebieden alleen toegankelijk per catamaran? Zo open als het Markermeer is het debat over de toekomst van deze ingedamde binnenzee.

Michiel Bussink
freelance journalist

Wie na de hectiek van Amsterdam onder de Schellingwouderbrug door fietst wordt overvallen door de wijdsheid van het water dat blikkert in het zonlicht. 'Dus dit is Holland' lijken de toeristen te denken die even verderop bij Durgerdam van hun huurfiets stappen om over het water te turen. Ja, het IJmeer, de zuidelijke punt van het Markermeer, om precies te zijn. Dat dat nog steeds een meer is en geen waard, wordt gezien als een van de successen van vijfentwintig jaar milieubeweging. Maar zo open als het Markermeer is ook weer het debat over de toekomst van deze ingedamde binnenzee.
De aanleg van een veilige luchthaven in het Markermeer is niet mogelijk, onthulde Rijkswaterstaat onlangs. Zes provincies, Flevoland voorop, ijveren er niet minder om: een tweede nationale luchthaven in de Markerwaard vergroot immers de werkgelegenheid in het gebied. De Vereniging Vrienden van de Markerwaard presenteerde haar plannen voor de aanleg van de vijfde Zuiderzeepolder. De milieubeweging vindt ditmaal in haar verzet een machtige bondgenoot in de waterrecreatie-sector, de HISWA-vereniging. Die heeft het hele IJsselmeergebied voorzien van stickers, posters en vlaggen met daarop een vliegtuig dat een traditioneel charterschip doorboort en de tekst 'Vlieg op - geen vliegveld in het IJsselmeer!'. Maar stel dat het Markermeer open blijft, hoe moet het Markermeer er dan uit zien? De Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer (VBIJ) rolt over straat met een van haar oprichters, Wouter van Dieren, die daar zo zijn eigen ideeën over heeft.

Daar waar het IJmeer echt Markermeer wordt, ligt het gedeeltelijk buitendijkse natuurgebied IJdoorn, beheerd door de Vereniging Natuurmonumenten. Een groep scouts sjeest joelend het gebied in. Natuurmonumenten houdt er open dag. Excursies, vliegeren voor de kinderen en koffie van de haringtent. Paul Hulzink, districtsbeheerder Noord- Holland: "Het weidelandschap van IJdoorn staat af en toe onder water waardoor je heel bijzondere fauna krijgt: kemphanen, zonnetaling, watersnip en slobeenden."
"Schandelijk", vindt Hulzink de discussie over alsnog inpolderen van het Markermeer. "Het kan niet, het is aangemerkt als kerngebied van de Ecologische Hoofdstructuur. Je hebt een principe of niet", zegt hij, wetende dat dat principe bij IJburg niet de doorslag gaf.
Net als bij discussies van de afgelopen decennia wordt nog maar weer eens voor het voetlicht gebracht dat het Markermeer een van de grootste zoetwatermeren van West-Europa is en daarom volgens natuurminnaars in ecologisch opzicht uniek. Het is een belangrijke schakel in de trekroutes van groepen watervogels zoals eenden, sterns, futen en zwanen en vormt ook voor fauna in de Oostvaardersplassen en het Naardermeer een belangrijke verbindingszone.
"Het Markermeer bestaat niet, wij hebben het over 'het Zuidelijke IJsselmeer'", zegt Martijn Greinder van de VBIJ voordat hij uitlegt dat 'het Zuidelijke IJsselmeer' een 'wetland' is. "De officiële toekenning van de status van 'wetland' zou betekenen dat er geen ingrepen mogen plaatsvinden die bedreigend zijn voor flora en fauna, net als bij de Waddenzee." Omdat de regering de optie van inpoldering wil openhouden, maakt ze zich volgens Greinder niet hard voor die status.

De huidige kaart van het IJsselmeer ziet er voor een groot deel uit zoals Cornelis Lely zich die in 1891 voorstelde: met de Afsluitdijk, de Wieringermeerpolder, de Noordoostpolder en Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. Alleen de Markerwaard is nog steeds niet volgens Lely's plan ingekleurd.
Onder minister Smit-Kroes werd in de jaren tachtig eerst wel besloten tot inpoldering, vervolgens alleen bij private financiering "en toen kwam er in 1990 weer een nieuwe mevrouw (Maij-Weggen, MB) en die zei 'Ammenooitniet'", zegt Hans Betzema van de Vereniging Vrienden van de Markerwaard (VVM). De VVM maakte een glossy brochure: 'De Markerwaard - de vergeten optie,' en bood deze aan de volgende mevrouw op Verkeer en Waterstaat, Jorritsma aan. Net als premier Kok gaf ze te kennen wel iets in de Markerwaard als plek voor de tweede nationale luchthaven te zien.
Maar de Markerwaard is niet alleen de panacee voor het uit haar voegen groeiende Schiphol, benadrukt Betzema. "Als je het Groene Hart open wilt houden moet je nu iets doen. Dat kan goedkoop in het Markermeer, de dijk ligt er al. En bij de hyacintenteelt bij Enkhuizen is nu veel chemische ontsmetting nodig." Door de teelt van hyacinten af te wisselen met braakleggen of teelt van andere gewassen zijn minder ontsmettingsmiddelen nodig en kan de teelt dus veel milieuvriendelijker worden. "Maar dan hebben de bollentelers wel meer land nodig."
Bovenal is de Markerwaard een uitgelezen kans voor meer natuur, volgens de VVM. Maar liefst tienduizend hectare natuur wil ze in de polder aanleggen "want een ree redt zich nu eenmaal niet in twee hectare", zegt Betzema. "Greinder van de VBIJ reageert geïrriteerd. "Waarom ga je natuur creëren als er al natuur is? Die open watervlakte is juist de kracht van het gebied."

Wie vanaf IJdoorn fietst richting Marken, ziet links de koeien grazen en rechts de koetjes dobberen. Aan de horizon ligt een woud van zeilen, die helwit oplichten zodra ze het zonlicht opvangen dat tussen de wolken doorschiet. Bij de Gouwzee kun je links naar Monnickendam of rechts naar Marken. Bussen vol toeristen worden aan- en afgevoerd over de dijk naar dit dorpje van groene houten huisjes met oranje daken en witte daklijsten.
Vlieg op! In de kiosk op de Markense havenkade valt tussen delftsblauwe handdoeken, miniatuur scheepjes en zeemanspetten de HISWA-poster te ontwaren. Maar de bruingebrande mijnheer Span uit Krommenie die met zijn zeilbootje ligt aangemeerd denkt genuanceerd over inpoldering. "Het zou jammer zijn als er minder water overblijft om te zeilen, maar ik gun jonge mensen ook hun nieuwe huis."
"Welke debiel gaat er nu bij een vliegveld wonen?!", reageert Gomes, de havenmeester van Marken. "Bij mijn schoonmoeder in Buitenveldert in de tuin zit ik soms al te trillen. Inpoldering is van de gekke."
Moolhuizen, inwoner van Marken, kijkt uit over de haven. "Het is hartstikke mooi om met een tjalk of een botter verschillende plaatsen vanaf het water aan te doen. Het is heerlijk een lekkere paling of baars te eten. Een vliegveld doen ze maar ergens anders. Waarom moeten mensen naar het buitenland vliegen? Ze moeten gewoon een boot huren, niet duur, hartstikke mooi."

Jaarlijks bezoeken zo'n 180 duizend zeilers het Markermeer en daarnaast gebruiken nog vele zwemmers, vissers en kanoërs de waterplas; in totaal zo'n half miljoen mensen per jaar. En die brengen ook heel wat geld in het laatje. Vandaar dat de HISWA-vereniging zo fel gekant is tegen de Markerwaard, zeker met een vliegveld. Weliswaar stelt de provincie Flevoland voor om niet het hele meer in te polderen, "maar er blijft gewoon te weinig water over", aldus Reinier Steensma van de HISWA.
Om sterker te staan heeft de vereniging samenwerking met natuur- en milieuorganisaties gezocht. Kees Kodde is door de milieufederaties Flevoland en Noord-Holland en de Stichting Duinbehoud aangesteld om er voor te zorgen dat er noch in de Markerwaard noch in de Noordzee een vliegveld komt. Kodde vermoedt dat de Maasvlakte snel zal afvallen vanwege veiligheidsredenen en omdat de KLM die locatie onpraktisch vindt. "Daarna zal het Markermeer prominent naar voren komen in de discussie: het Markermeer is drie meter diep, de Noordzee dertig, de aanleg van een vliegveld in de Markerwaard is veel goedkoper."
De milieufederaties hebben samen met de VBIJ en de HISWA-vereniging een petitie opgesteld - Geen vliegveld in het IJsselmeer! - die door maatschappelijke organisaties, maar vooral ook gemeenten, ondertekend moet gaan worden. Volendam-Edam wordt een van de eerste gemeenten die dat doet. Burgemeester Frank van IJsselmuiden (CDA) is een fervent tegenstander van Markerwaard. "Het zou de doodsteek voor Volendam betekenen", volgens de burgemeester.
Zijn collegabestuurders aan de ander kant van het Markermeer denken er anders over. Lelystad wil dolgraag een nationale luchthaven: voor de werkgelegenheid en om van uithoek tot centrum van Nederland te worden. Op het provinciehuis worden driftig allerlei plattegronden getekend, maar de provincie Flevoland wil geen tekst en uitleg geven.

Een eindje landinwaarts van 'Het Paard', de antieke vuurtoren op het uiterste puntje van Marken, verzorgt Piet Dorland zijn schapen. Geboren en getogen op het eiland en al weer een flinke tijd gepensioneerd. Veel van huis was hij vroeger, want hij heeft in de baggerwerken gezeten: meegeholpen met de inpoldering van Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. "Dat was mooi werk, aan- en afvoeren van zand." Maar nu is het genoeg geweest met de inpolderingen. Hij hoeft geen denderende vliegtuigen boven zijn hoofd. "En weet je wat het is? Er wordt hier niet veel gestolen, omdat er maar één weg terug is." Bij demping van het meer lopen er vele wegen van Marken.
Kees Kodde denkt dat Dorland niet bang hoeft te zijn voor zijn spulletjes: "De Markerwaard komt er uiteindelijk niet omdat het verzet tegen een luchthaven te sterk zal zijn. Amsterdam wil niet worden ingesloten door twee vliegvelden en helemaal overhevelen van het vliegveld naar de polder is te duur: er is heel veel in Schiphol geïnvesteerd, terwijl de economische toekomst van de luchtvaart onzeker is."
Voor het geval Kodde gelijk krijgt bedacht Wouter van Dieren zijn alternatieve plan voor het Markermeer: een archipel van plasgebieden met opgespoten wetlands en rietlanden met woonwijken, alleen toegankelijk over bruggetjes of per catamaran. "Ecologisch is het gebied nu helemaal niet zo interessant", legt hij uit. "Er zijn weliswaar veel vogels, maar veel van dezelfde soort. Barse basaltdijken vormen nu de harde grenzen van een tobbe met water, terwijl ecologische diversiteit juist ontstaat in geleidelijke overgangsgebieden."
De VBIJ reageerde kregelig op de ideeën van haar oprichter: 'geprogrammeerde kneuterigheid', 'veel bombarie', 'het IJsselmeer is mooi zo als het is!' Volgens van Dieren moet de VBIJ eens ophouden met het reflexmatig 'Nee' roepen en een samenhangende ecologisch-planologische visie als uitgangspunt nemen. Hij verwacht dat zijn ideeën ooit nog wel eens zullen worden gerealiseerd. Zonder vliegveld, dat zeker: "Een tweede Schiphol is al van de baan, heb ik uit inside information vernomen."

Document acties
  • Delen |
 
steun Milieudefensie Vrijwilliger Milieudefensie
Magazine