Milieudefensie
donderdag 11 maart 2010
 
U bent hier: Home > Visie & achtergrond > Opiniestukken > EU-richtlijn biobrandstoffe...
Klimaatblog
 
 

EU-richtlijn biobrandstoffen rampzalig voor mens en milieu

Er is niet veel te winnen, maar des te meer te verliezen met de richtlijn over biomassa die de Europese Commissie op 23 januari publiceerde als onderdeel van haar Energiepakket. De nieuwe richtlijnen zullen de productie van agrobrandstoffen, zoals palmolie, in landen als Indonesië en Maleisië vergroten. Dit heeft rampzalige effecten op zowel de mensen als de natuur in die landen. Daarnaast zouden de richtlijnen zelfs bij kunnen dragen aan verhoging van de CO2-uitstoot.

Door Meena Raman en Anne van Schaik

Eén van de belangrijkste onderdelen in het Energie Pakket van de Europese Commissie is de richtlijn over biobrandstoffen. In maart 2007 ging de Europese Raad akkoord met een bijmengverplichting voor alle brandstoffen van tien procent in 2020, op voorwaarde dat deze brandstoffen, zoals palmolie, op een duurzame wijze geproduceerd kunnen worden.

Milieudefensie is zeer bezorgd over het voorstel van de Europese Commissie. Het bevat namelijk nauwelijks criteria voor de duurzaamheid van biobrandstoffen; het stelt geen sociale criteria aan de productie ervan, en bevat geen eisen aan de kwaliteit van bodem of water bij de productie. De criteria doen niets om de indirecte effecten die het gevolg zijn van de productie van biobrandstoffen als palmolie tegen te gaan, zoals stijgende voedselprijzen, ontbossing en een toenemende schaarste aan water.

Op dit moment wordt het grootste gedeelte van biobrandstoffen gemaakt van raapzaadolie. De verwachting is echter dat in de nabije toekomst steeds meer palmolie zal worden gebruikt als biobrandstof. Het vooruitzicht van de stijgende vraag in Europa naar biobrandstof maar ook door de stijgende vraag naar palmolie als voedselgewas heeft al geleid tot een enorme groei in de investering van palmolieproductie in Oost Azië.

Inmiddels zijn Indonesië en Maleisie ook bezig met het plannen van een grote uitbreiding van hun palmolieproductie. Milieudefensie heeft een compilatie van deze plannen gemaakt: in plaats van het produceren van het broodnodige voedsel, bereiden beide landen zich nu voor op het gebruik van hun landbouwgronden voor een overweldigende toename van de palmolieproductie. De productie van palmolie heeft zowel in Indonesië als in Maleisië nu al geleid tot desastreuze ontbossing en een toenemend aantal conflicten over landrechten tussen de lokale bevolking en grote palmoliebedrijven.

Als alle uitbreidingsplannen van de Indonesische overheid gerealiseerd worden, zal een gebied groter dan drie keer de oppervlakte van Nederland in dat land begroeid zijn met palmolieplantages. Een bijkomend gevolg daarvan is een toename in de uitstoot van CO2: de helft van de productie van palmolie is namelijk gepland op veengrond. Koolstof, opgeslagen in dat veen, komt vrij als het terrein wordt klaargemaakt voor het planten van oliepalmen.

De regering van Indonesië heeft een kwart van Papoea aangemerkt als geschikt voor veranderen in plantages, voor het grootste gedeelte palmolie. Ongeveer negentig procent van deze bosgebieden in Papoea bestaan uit tropische oerbossen.

Biobrandstoffen, zoals palmolie, vormen niet de oplossing van ons klimaat probleem. Politieke leiders moeten zoeken naar werkelijke oplossingen zoals vermindering van het autogebruik en de verslindende thuisconsumptie. Dat is beter dan onze milieuproblemen naar het buitenland te exporteren door palmolie als biobrandstof te promoten.

Anne van Schaik, campagneleider Globalisering en Milieu, Milieudefensie
Meena Raman, Honorary Secretary Friends of the Earth Maleisië
Document acties
  • Delen |
 
steun Milieudefensie Vrijwilliger Milieudefensie