Goede en foute biobrandstoffen
Milieudefensie is niet tegen biobrandstoffen in het algemeen. Biobrandstoffen gebaseerd op restproducten kunnen een goede optie zijn, met name voor inzet op lokaal en kleinschalig niveau.
Criteria voor duurzaamheid
Biobrandstoffen zijn volgens Milieudefensie pas duurzaam als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:- Netto reductie van broeikasgassen (inclusief indirecte effecten*) ten opzichte van fossiele brandstoffen: nu minimaal 50%, oplopend tot 80-90% in 2020;
- Behoud van waardevolle biodiversiteit (inclusief indirecte effecten*). Het biomassagewas heeft niet direct of indirect bijgedragen aan conversie na 1995 van hoogwaardige natuurlijke ecosystemen;
- Geen concurrentie met voedselproductie en andere basisvoorzieningen (zoals energieteelt voor eigen gebruik in zuidelijke landen);
- Nationale en internationale afspraken ten aanzien van natuur, milieu en mensenrechten worden gerespecteerd (zoals landrechten van lokale of inheemse bevolking);
- Behoud van belangrijke ecosysteemfuncties, zoals nutrientenvoorziening, waterfiltering en erosiepreventie;
- Productie zoveel mogelijk op regionale schaal, waarbij de nutrientenkringloop zoveel mogelijk wordt gesloten;
- Uitsluiting gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen en zoveel mogelijk beperken van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen;
- Behoud van milieukwaliteit (bodem, water en lucht). De bodem- en (grond)waterbronnen worden niet uitgeput en blijven duurzaam beschikbaar;
- De herkomst van de grondstoffen is volledig traceerbaar en transparant.
Welke biobrandstoffen zijn duurzaam?
Milieudefensie wijst het gebruik van zuidelijke
eetbare olien en eetbare gewassen (zoals palm- en sojaolie) voor
biobrandstoffen af. Milieudefensie is van mening dat er bij deze
gewassen teveel risico's optreden, namelijk ontbossing,
natuurvernietiging, schending van landrechten en concurrentie met de
voedselvoorziening. Ook in het geval van "duurzame"
plantages zijn de risico's te groot dat er enkele 'showcase'
plantages worden gebruikt voor de Nederlandse en Europese markt,
terwijl de expansie van de destructieve plantages elders gewoon
doorgaat. Aan de hand van bovenstaande criteria geeft Milieudefensie de volgende adviezen voor het gebruik van grondstoffen als biobrandstof:
Nee:
- palmolie: CO2-winst beperkt, directe en indirecte effecten groot (ontbossing, verlies biodiversiteit, schending landrechten, concurrentie met voedsel).
- soja: CO2-winst beperkt, directe en indirecte effecten groot (ontbossing, verlies biodiversiteit, schending landrechten, concurrentie met voedsel).
- mais: directe CO2-winst klein, concurrentie met voedsel groot, indirecte effecten groot
- tarwe: directe CO2-winst klein, concurrentie met voedsel groot, indirecte effecten groot
- suikerbiet: directe CO2-winst klein door hoog kunstmestgebruik, indirecte effecten groot
Nee, tenzij:
- koolzaad: nee, tenzij de teelt binnen Europese regio
plaatsvindt, met niet meer dan minimale inzet van kunstmest en chemische
bestrijdingsmiddelen en zonder inzet van genetisch gemanipuleerde rassen. Het gebruik van koolzaad als biobrandstof mag daarbij niet leiden tot vervangende importen van andere eetbare oliƫn (zoals soja en palmolie) - jatropha: nee, tenzij er geen negatieve indirecte verandering van het landgebruik optreedt, landrechten gewaarborgd blijven, in lokale energiebehoefte is voorzien en geen schade voor milieu, sociale omstandigheden of voedselvoorziening optreden
suikerriet: nee, tenzij verlies van biodiversiteit en milieuvervuiling kunnen worden uitgesloten, indirecte effecten en verandering in landgebruik zijn meegenomen in de CO2-balans en land- en mensenrechten zijn gewaarborgd.
- afval frituurvet en andere restolien: ja, mits hoogwaardige toepassing niet voorhanden is
- GFT afval: ja, mits hoogwaardige toepassing niet voorhanden is
- resthout uit FSC houtindustrie: ja, mits hoogwaardige toepassing niet voorhanden is
- rietgras, bermgras: ja, mits hoogwaardige toepassing niet voorhanden is
- algenolie: wellicht in de toekomst, mits de CO2-winst over de hele keten goed is en er geen indirecte effecten optreden
Kansen voor de toekomst
Tweede generatie?Met betrekking tot de toekomst wordt vaak gesproken over 'tweede generatie' biobrandstoffen. Hiermee worden meestal biobrandstoffen bedoeld die zijn gemaakt van houtachtige gewassen zoals afvalhout en niet-eetbare plantenresten. Milieudefensie ziet voor de toekomst vooral kansen in nieuwe technologien voor de verwerking van afvalstoffen en reststromen uit de Nederlandse natuur, zoals snoeihout, rietgras of bermgras. Voorwaarde hierbij is dat het daadwerkelijk om reststromen gaat en er geen extra productie op gang wordt gebracht die weerom beslag legt op schaarse hulpbronnen.
Liever energie dan brandstof
Daarnaast pleit Milieudefensie ervoor dat duurzame biomassa bij voorkeur voor energieopwekking wordt ingezet. Omzetting van biomassa naar electriciteit is namelijk veel efficienter dan omzetting naar biobrandstof.

