Teerzandwinning in Canada
Op 1 december 2011 vlak voor de stemming in de Kamer over het Nederlandse teerzandstandpunt spraken Milieudefensie en Natuur en Milieu met CDA kamerlid Marieke van de Werf. De stapels brieven en e-mails hadden duidelijk de aandacht van het Kamerlid getrokken. Ze was inmiddels goed op de hoogte van de problemen. Helaas bleek dat nog niet uit haar stemgedrag. Vooralsnog staat ze achter haar staatssecretaris, die wel de klimaateffecten van teerzand in rekening wil brengen, maar dan niet per oliemaatschappij. Staatssecretaris Atsma wil dat doen op nationaal niveau omdat dit handiger zou zijn. Wij gaan daarom door met onze lobby, want pas als de oliemaatschappijen direct worden aangeslagen voor de vuile olie die ze op de markt brengen, wordt het gebruik van teerzandolie onaantrekkelijk. Mede dankzij de opstelling van Nederland is de verwarring in de EU groot. De discussie gaat door, in Den Haag en in Brussel, dus wordt vervolgd.
Met de richtlijn brandstofkwaliteit wil de Europese Unie bereiken dat er bij de productie van autobrandstoffen 6 procent minder broeikasgassen worden uitgestoten. Oliemaatschappijen zijn verplicht om stapsgewijs de klimaatimpact van hun benzine en diesel naar beneden te brengen. Dit gebeurt met name door het toepassen van biobrandstoffen, bijvoorbeeld door het bijmengen van ethanol uit suikerriet. Omdat niet elke biobrandstof dezelfde klimaatwinst geeft, moeten oliemaatschappijen rapporteren welke biobrandstoffen ze precies bijmengen.
De EU en milieuorganisaties vragen nu van oliemaatschappijen om hetzelfde principe toe te passen op brandstoffen die juist viezer zijn dan gewone olie, zoals olie uit teerzand en olieschalie. Want pas als alle positieve en negatieve effecten worden opgeteld, wordt duidelijk of een oliemaatschappij echt voldoet aan de opdracht om de klimaatimpact van haar brandstoffen met 6 procent naar beneden te brengen.
Nederland liep voorop in Europa omdat het deze zomer, nog voordat de richtlijn brandstofkwaliteit officieel werd gepubliceerd, oliemaatschappijen al verplichtte de hogere CO2-uitstootwaarde van teerzandolie te rapporteren. In Nederland moeten oliemaatschappijen dus al laten weten hoeveel teerzandolie ze op de markt brengen.
De afgelopen maanden is de druk op Europese regeringen vanuit Canada en de hoofdkantoren van Shell, BP, Total en Statoil opgevoerd. De oliemaatschappijen zijn, terecht, bang dat teerzandolie een slechte naam krijgt en verzetten zich met hand en tand tegen de Europese voorstellen. Ze proberen de aandacht af te leiden door er op te wijzen dat olie uit Nigeria en Rusland ook veel CO2-uitstoot veroorzaakt.
Oliemaatschappijen beweren bang te zijn voor administratieve lasten. Maar olie wordt in zulke grote hoeveelheden verscheept dat die lasten nooit hoog kunnen zijn in verhouding tot de enorme winsten die zij maken. Bovendien dwingen ook andere regels oliemaatschappijen om dergelijke gegevens te rapporteren.
Oliemaatschappijen stellen nu voor om met gemiddelde waarden voor de broeikasgasuitstoot te werken omdat het haast onmogelijk zou zijn om bij te houden waar welke olie terecht komt. Dit middelen van de extra uitstoot van broeikasgassen ten gevolge van teerzandolie over alle olie die op de markt komt, is geen goede oplossing omdat het individuele oliemaatschappijen niet aanmoedigt om minder teerzandolie te gebruiken. De 'goeden', oliemaatschappijen die zich inzetten om minder vieze olie te gebruiken, zouden onder de kwaden leiden.
Milieudefensie wil dat de Nederlandse regering instemt met de Europese richtlijn brandstofkwaliteit. Zodat oliemaatschappijen de hoge CO2-uitstoot van teerzandolie niet langer kunnen negeren. Negeren van de kwalijke klimaateffecten van teerzandolie zou de ontwikkeling van extra klimaatschadelijke brandstoffen stimuleren, terwijl we juist toe willen naar minder schadelijke brandstoffen.
Vraag daarom aan het CDA-Kamerlid Marieke van der Werf om te zorgen dat de vertegenwoordigers van de Europese ministers van Milieu op 2 december voor de richtlijn brandstofkwaliteit stemmen.
Teerzandolie is een ramp voor het klimaat. Concerns als Total, BP, Shell en Exxon stoppen veel geld in teerzanden en bijna niets in duurzame energie.
